Fiscus kan later kwalificatie bron van inkomen betwisten

 
Printervriendelijke versie

Het kan gebeuren dat de Belastingdienst gedurende een bepaalde tijd niet onderzoekt of een activiteit wel een bron van inkomen is. Dat betekent niet dat de inspecteur in een later jaar zijn niet twijfels kan uiten over het bronkarakter.

Een man geeft in zijn aangifte IB/PVV over de jaren 2009 – 2015 op dat hij een organisatieadviesbureau drijft dat is gericht op mediation in het kader van buurtbemiddeling. Hij geeft steeds een negatief resultaat uit overige werkzaamheden (ROW) op. De verliezen liggen in absolute grootte tussen de € 4.310 en € 11.800 (verlies 2015). Lange tijd volgt de Belastingdienst de aangiftes, maar bij de behandeling van de aangifte over 2015 verandert dat. De inspecteur bepaalt dat het drijven van het organisatieadviesbureau geen bron van inkomen (meer) is. Hij weigerde daarom het box 1-inkomen van de man te verlagen met een negatief ROW. De man is het daarmee oneens en dient een bezwaarschrift in.
Naar aanleiding van het bezwaarschrift stuurt de Belastingdienst de man een ontvangstbevestiging. In een standaardtekst kondigt de inspecteur aan contact met de man op te nemen als hij niet binnen zes weken volledig aan het bezwaarschrift tegemoet komt. Maar na zes weken heeft de man nog niets gehoord. Uiteindelijk wijst de fiscus zijn bezwaar af. De man start daarop een beroepsprocedure. Een van zijn standpunten is dat de Belastingdienst vanwege opgewekt te honoreren vertrouwen moet tegemoetkomen aan zijn bezwaar. Maar de belastingrechter oordeelt dat de aankondiging in de ontvangstbevestiging zulk vertrouwen niet opwekt. Sterker nog, dit standpunt van de man is niet eens pleitbaar.
Bovendien concluderen zowel Rechtbank Den Haag als Hof Den Haag dat de werkzaamheid geen bron van inkomen (meer) is. Het hof wijst erop dat de man heeft verklaard dat de activiteiten plaatsvinden op vrijwillige basis. Eigenlijk is daardoor geen sprake van deelname aan het economische verkeer. Daarnaast hebben de activiteiten nooit opbrengsten opgeleverd, zodat de activiteiten voorzienbaar verliesgevend zijn. Dat de inspecteur pas voor het eerst met betrekking tot het jaar 2015 stelt dat de activiteiten geen sprake bron van inkomen (meer) vormen, doet daar niets aan af. Het staat de inspecteur vrij om in zulke gevallen de vraag of bepaalde activiteiten een bron van inkomen zijn aan de orde te stellen. Zelfs als de fiscus dat in eerdere jaren niet heeft onderzocht.

Bron: Hof Den Haag 19-06-2020 (gepubl. 14-09-2021)